Holle rug

door Vinnerd

Neem je tijd!’ Roep ik tegen de meneer van de ABN Amro die me vriendelijk verzoekt even plaats te nemen terwijl hij zijn collega erbij gaat halen. Hij is heel erg homo en heeft een vol achterwerk. Echt heel vol. Zijn bips steekt verder uit dan mijn rugtas, en dat wil wat zeggen. Misschien heeft hij een holle rug. Ik gniffel terwijl hij weg waggelt. Misschien houdt hij zijn rug hol omdat hij niet goed heeft afgeveegd en wanhopig probeert zijn onderbroek niet teveel in contact te laten komen met zijn poepgaatje. Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik moet wachten op zijn collega. Dus dat doe ik.

De Meneer met de Holle Rug komt weer mijn kant op gewaggeld. ‘Alsjeblieft’, piept hij terwijl hij me mijn ID-kaart teruggeeft. Misschien loopt hij met zijn rug zo hol omdat z’n balzakje niet zo lekker hangt en hij deze niet in het openbaar recht durft te leggen. Zou meteen ook zijn piepstem verklaren. Ik bedank hem en kijk hoe hij achter zijn computer kruipt. Hij Googelt zomervakanties. Zelfs als hij zit is zijn achterwerk vol. Misschien houdt hij zijn rug zo hol omdat hij alvast een zonnebankje heeft gepakt en zijn rug nu verbrand is.

Er komt een andere meneer van de ABN Amro aanlopen. Hij heeft een kopietje van mijn ID in zijn handen. Hij gaat voor mijn neus staan en kijkt afwisselend naar de foto op mijn ID en mijn gezicht. Ik zie hem twijfelen dus kijk ik hem strak aan, zonder te lachen, zodat de overeenkomst duidelijk is. Hij lijkt me te herkennen en verzoekt me hem te volgen. Ik sta op en stoot mijn knie tegen de tafelrand. Ik strompel achter de meneer van de ABN Amro aan en werp nog even vluchtig een blik op de Meneer met de Holle Rug. Nog steeds hol. Ik zie dat hij inmiddels bezig is vliegtickets te boeken. Misschien houdt hij zijn rug zo hol omdat hij stijf staat van de stress. Vakantie zal hem goed doen.

Mijn nieuwe pinpas wordt geactiveerd en ik mag een nieuwe pincode kiezen. Ik kies ‘In de naam van de Vader, Zoon, Heilige Geest’, ofwel 2 0 6 4 (Grapje mam. Schrok je?).  Ik mag weer gaan. Ik zeg ‘superdoei’ en geef hem een klef handje. Mijn knie doet nog steeds pijn dus hinkel ik het kamertje uit. De Meneer met de Holle Rug kijkt op. ‘Hulp nodig?’ piept hij en staat op om me het trapje op te helpen. Ik kan het toch niet laten. Ik sla mijn arm om hem heen en betast hem. Subtiel. Mijn hand glijdt langs zijn ruggengraat maar ik voel geen deuk. Geen holling. Hij heeft geen holle rug. Hij heeft gewoon een dikke kont.

Advertenties