Goedemorgen

door Vinnerd

Een goedemorgen zonder zorgen. Dat was het voor mij. Dat is het voor mij eigenlijk altijd, maar dat komt omdat mijn hersenen pas een half uur na het opstaan beginnen te werken. Als ik net wakker ben, denk ik helemaal nergens aan. Zalig. Ik vergeet dan ook regelmatig een vers padje in mijn Senseo te stoppen en mijn eerste kopje koffie is daardoor vaak niet te zuipen. Minder zalig. Maar dan ben ik wel meteen wakker.

Vandaag echter, kwam ik er ’s ochtends pas achter dat ik door mijn koffie heen was. Dus jas aan, sjaal om en met tas richting supermarkt.

Bij de Albert Heijn bij mij om de hoek loop je eerst langs het zuivelschap. Ze hebben een jaar of wat geleden iets nieuws bedacht om de temperatuur beter te kunnen controleren; glazen deuren plaatsen. Pas wanneer je je keuze hebt gemaakt, mag je je vingers in het gat in de deur steken om hem open te trekken. Vooral niet teveel nadenken over de honderden miljoenen ontelbare bacillen die zich daar nestelen. Normaal ben ik niet zo van de smetvrees, maar vanwege het glas kun je goed alle vette vingers zien zitten. En dan maak ik me er opeens wel druk om. Heel hypocriet misschien, maar ik eet dan ook geen vlees zolang het nog op een dier lijkt. Enkel knakworsten, gehaktballen en alles wat hiermee in één adem te noemen valt.

De truc is natuurlijk wel om de deur vervolgens weer te sluiten. En laat iemand dat vanmorgen nou net vergeten zijn.

Misschien denk je hem al aan te voelen komen. ‘Ok. Je lette niet goed op en knalde tegen de deur aan. Goedemorgen Vin.’ Maar zo voorspelbaar ben ik nou ook weer niet. Daarbij kan je die deur heel goed zien, juist vanwege de vetvlekken die erop pronken. Een soort geluk bij een ongeluk. Dus nee, het liep net wat anders.

Ik liep vlak achter een man. Een hele grote man. Een hele, hele grote man. Ik schat in dat, wanneer we naakt tegenover elkaar zouden staan en elkaar recht aan zouden kijken, ik tegen zijn tepels aan zou kijken. Zo groot dus. Omdat hij zo groot was, blokkeerde hij mijn zicht. Ik kon dus niet zien wat er komen ging. De grote man was druk bezig met zijn telefoon en lette daardoor niet goed op. Dus toen hij opeens opkeek en een centimeter voor zijn neus een openstaande glazen deur zag, stond hij prompt stil.

Logisch. Dit was een heel vreemd verhaal geworden als hij de deur had gezien, maar tóch besloot door te lopen. De clou zit hem erin dat ik dus vlak achter hem liep, en niet kon zien dat er een obstakel aan zat te komen. Dus toen hij plotsklaps tot stilstand kwam, kon ik daar niet snel genoeg op reageren. Baf. Met mijn neus tegen zijn rug, zo ongeveer ter hoogte van waar zijn tepels zouden zitten dus (als hij tepels op zijn rug had gehad).

Ik had me graag uitgebreid verontschuldigd, maar vond niet dat mij iets te verwijten viel. Dus mompelde ik iets in de trant van ‘sorry’ en snelde ik hem gauw voorbij. Dit was voor hem ook prettiger, want de oplettende lezer is het waarschijnlijk al opgevallen dat ik richting supermarkt was gegaan terwijl ik net mijn bed uit was; zonder eerst even een tandenborstel door mijn giechel te halen.

Ik verwijt het Albert Heijn-publiek. In de Dirk, waar ik al een eeuwigheid regelmatig kom, overkomt mij zelden wat. Daar ben ik in vier jaar tijd slechts één keer met mijn winkelwagen over de voeten van een meisje gereden. Janken dat ze deed, janken. Maar toen kon ik gewoon snel doorlopen omdat haar moeder niet in de buurt was, dus daar heb ik me verder niet rot over hoeven voelen.

Advertenties