De eerste keer: Pastinaak

door Vinnerd

Als ik een lijst zou moeten maken van alle bijvoeglijke naamwoorden in de Nederlandse taal, op aflopende volgorde, in hoeverre ik vind dat ze op mij van toepassing zijn, dan zouden woorden als ‘culinaire’ en ‘gastronomische’ ergens onderaan bungelen. En dat zeg ik terwijl ik een broodje visstick uit de oven met mayo naar binnen duw. Een ‘absolute doodzonde’, aldus een van mijn allerbeste vrienden.

Die vriend, die ik vanaf nu voor het gemak maar aan zal duiden als ‘Alpacino’ (omdat ik niet weet of hij er akkoord mee zou gaan als ik zijn echte naam gebruik), houdt van koken. Heel erg van koken. Soms waai ik ’s avonds bij hem aan, en als ik hem dan vraag wat hij die dag allemaal heeft uitgespookt, kan hij met een uitgestreken gezicht vertellen dat hij de hele dag is bezig geweest met het verzamelen van ingrediënten. En het snijden ervan. En het mixen ervan. En het gaar stomen ervan. En dat alles om ’s avonds een bord soep op tafel te kunnen zetten, dat hij gewoon voor een paar euro bij de supermarkt had kunnen halen.

Toegegeven; hij kookt lekker. Ik roep al jaren dat ik nagenoeg alles lust, behalve boerenkool. Vreselijk. Ik verwijt mijn moeder (wier onvermogen tot koken ik geërfd heb), die mijn liefde niet heeft verdiend door de zalige stamppotten die ze me vroeger voorschotelde. Maar de boerenkoolsoep met bloemkool, pittige chorizo en balletjes van Alpacino; zalig. Lekkerste soep die ik ooit gegeten heb. Ik kan met mijn hand op mijn hart beweren dat ik om een tweede kom vraag omdat ik meer wil, niet omdat ik me verplicht voel hem het idee te geven dat ik ervan geniet.

Naast boerenkoolsoep heeft Alpacino me nog een keer eerder echt enthousiast gekregen over een gerecht. Hij maakt vaak mijn eetgewoontes belachelijk en kan zich heel erg opwinden als ik hem vertel dat het de derde keer deze week was dat ik patat at. Het is zijn missie me makkelijke gerechten aan te leren, zodat ik ook mezelf eens kan verwennen met iets gezonds. En dat het allemaal niet moeilijk hoeft te zijn. En dat het zo zonde is dat ik er geen tijd en energie in wil steken en dat het een schande is.

Dus, om toch dicht bij mezelf te kunnen blijven; pastinaak-patat. Ik heb het later nog even Gegoogled en pastinaak blijkt familie van de wortel te zijn. Vermoedelijk een aangetrouwde achterneef, want ik moet heel eerlijk bekennen dat ik weinig overeenkomsten proefde.

Het recept: je snijdt de pastinaak in dunne reepjes, die leg je op een ovenschaal, hier strooi je wat olie overheen en dit duw je een kwartiertje in de oven. Dat is alles. Zo simpel kan het dus zijn. Met een beetje knoflooksaus is het de meest zalige groente die ik ooit gegeten heb. Ik had me voorgenomen het ook een keer voor mezelf te maken, maar zover is het nog niet gekomen. Ook omdat ik een beetje vergeten ben op hoeveel graden ik de oven in moet stellen.

Advertenties