Joggen

door Vinnerd

Eigenlijk, als ik heel eerlijk ben, ook naar mezelf toe, ben ik gewoon gehandicapt. Als je me nu zou vragen wat ik eergisteren heb gedaan, moet ik daar eerst mijn agenda op naslaan. Ik vergeet het gewoon. Daarom schrijf ik alles op. Neem nou gisteren. In de tram op weg naar huis heb continue een mantra gezongen: ‘niet vergeten, boter halen. Niet vergeten, boter halen.’ In mezelf natuurlijk, anders word je er vreemd op aangekeken. Toen ik uitstapte, ben ik de mantra blijven herhalen. Ook toen ik langs de Albert Heijn liep. En toen ik de sleutel in het slot stak. En toen ik mijn tas afgooide en mijn jas ophing. Toen ik ’s avonds wilde gaan koken, kwam ik erachter dat ik vergeten was boter te halen.

Maar het heeft ook zo zijn voordelen, een geheugen als een vergiet. Ik was bijvoorbeeld vergeten dat ik als goede voornemen had ten minste een keer per week te gaan joggen. Niet gedaan natuurlijk, maar daar heb ik me ook totaal niet schuldig over hoeven voelen. Tot ik gisterochtend mijn dagboek doorbladerde. Entry van de eerste van januari, ik citeer: ‘Goede voornemen: joggen. Zo’n eenmaal per week lijkt me een redelijk streven. Het moet wel leuk blijven natuurlijk.’

Kut. Nog geen een keer gedaan dit jaar. Welke week is het inmiddels? Week acht? Dat wordt inhalen. Gelukkig had ik niet gedefinieerd hoelang een enkele jogsessie moest duren en dus heb ik gister flink wat keren in kunnen halen.

Toen ik bepakt en bezakt de deur uitliep, zag ik de tram aan het einde van de straat voorbij rijden. Ik was al aan de late kant dus móest hem halen. Rennen dus. Toch al gauw een meter of honderd, honderdvijftig. Die pakken ze me niet meer af. Hijgend, zuchtend en steunend nam ik plaats naast de volslanke Surinaamse met het hondje op schoot. Eerste keer joggen kon ik netjes afvinken.

Toen was het vijf voor zeven. Moest in de Kinkerstraat zijn om zeven uur. Is ongeveer een kwartier lopen. Joggend een minuut of tien. Was dus maar vijf minuten te laat. Hijgend, zuchtend en steunend belde ik aan. Tweede keer joggen kon in netjes afvinken.

Toen was het bijna middernacht. Avondwinkel sluit om twaalf uur. Ik moest sigaretjes hebben. Dus ik volle sprint naar de shop. Hijgend, zuchtend en steunend rekende ik af. Derde keer joggen kon ik netjes afvinken.

‘Voelt goed, zo gezond bezig zijn’, dacht ik bij mezelf terwijl ik met mijn hand de wind afschermde om mijn sigaret aan te steken.

Advertenties