Bolletjes

door Vinnerd

Ik draai me om. Staat ze weer. Aan mijn kassa. Zoals iedere dag. Ze legt haar lijkbleke, broodmagere vingers op de toonbank die ik even daarvoor volledig ontsmet heb. Als ze haar hand opheft om met haar vingertje te zwaaien, kan ik duidelijk de vetvlekken zien die ze op het brandschone oppervlak achterlaat.

Ze kijkt me aan met een blik die al verraad dat ze me een vraag gaat stellen. En ik weet ook al wat ze gaat vragen. Hetzelfde als gisteren. En de dag daarvoor. En de dag daarvoor. En de dag daarvoor.

‘Verkopen jullie ook losse bolletjes?’
‘Nee mevrouw, alleen per zes.’
‘Oh. Ja. Nee. Die moet ik niet. Ik krijg er echt maar eentje op. En ik kan ze ook niet invriezen, want ik heb een heel klein vriezertje, zie je. Dus dat past nooit, vijf bolletjes. Jullie zouden ze eigenlijk per stuk moeten verkopen. Kun je dat aan je baas doorgeven?’
‘Ja mevrouw, zal ik doen.’
‘Super. Nou doei hé.’

‘Dag mevrouw’, zeg ik. En tot morgen, denk ik.

Advertenties