Tram 7

door Vinnerd

Het is precies twee weken en zes dagen geleden dat Jane is gedumpt. Dit weet ze zo precies omdat het Valentijnsdag was. Ze had toen speciaal toastjes en brie gekocht. Ze koopt nooit toastjes en brie.  Ze wilde er een fantastische avond van maken. Daar dacht hij anders over.

Ze heeft zich vandaag ingesteld op weer een kutdag als alle anderen. Uitermate geschikt om haar verwassen rode broek voor de derde dag op rij aan te trekken. Als ze had geweten dat hij opeens voor haar neus zou staan, had ze de moeite genomen om eerst uitgebreid voor de spiegel te staan. En dan had ze die dag niet gerookt.

Jane rookt al sinds haar zestiende. Het was begonnen als een grap. ‘Mijn goede voornemen is stoppen met niet roken!’ Ze klemde haar eerste sigaret tussen haar tanden, bedekt met een lichtrode waas van de wijn. Inmiddels is ze bijna zeven jaar en negentien stoppogingen verder.

Voor Niek heeft ze heel vakkundig verborgen weten te houden dat ze rookt. Uit schaamte. Stiekem hoopte ze dat hij haar stok achter de deur zou zijn om die rotsigaretten nu voor eens en voor altijd achter zich te laten. Ze neemt haar laatste hijs en gooit de sigaret op de grond. Dan steekt ze het fietspad over.

‘Jane! Hey!’
Oh kut. Oh kut tyfus kut kut kut. Net vandaag. ‘Oh, uh… ho-hoi. Hallo.’ Doe normaal. Doe godverdomme eens normaal. Wees cool. Wees relaxt. Wees aantrekkelijk.
Vanuit haar ooghoek ziet ze tram zeven aan komen rijden.
‘Moet je die hebben?’, vraagt Niek.
‘Hm?’ Ja. Die moet ik hebben. ‘Oh, nee hoor. Ik, eh, ik kan ook de volgende pakken.’

Eigenlijk had ze die tram gewoon moeten pakken. Dan was ze misschien overgekomen als een drukbezette jonge vrouw. Dan had ze hem luchtig na kunnen zwaaien en de illusie kunnen wekken dat ze al volledig over hem heen is. Maar nu hij opeens tegenover haar staat, wil ze niets liever dan nog even met hem praten.

‘Zeg maar hoor. Als je die wilt pakken vind ik het ook goed.’ Niek klinkt onverschillig. Alsof het hem niet uitmaakt als dit spontane moment niet benut wordt. De onverschilligheid die Jane wil voelen.
‘Nee hoor, we kunnen wel even praten?’ En knuffelen en zoenen en trouwen en samen oud worden.
‘Haha, oké. Alles goed?’
‘Ja hoor, lekker. Prima. Druk geweest.’ Met mezelf in slaap janken. ‘Met jou?’
‘Ja, ook. Net klaar met werken. Hé, maar hoe was je verjaardag?’
‘Leuk!’ Matig.
‘Ja? Wat heb je gedaan?’
‘Met wat vrienden de stad in geweest.’ Naar m’n ouders gegaan en me volgeduwd met rijstevlaai omdat m’n moeder de verkeerde taart had gekocht.
‘Gezellig! Waar was je heen?’
‘Oh, gewoon.’ Kut. ‘Overal en nergens. Wat heb jij gedaan?’
‘Wanneer?’
‘Met mijn verjaardag?’ Jezus, Jane.
‘Huh? Haha. Ik moest gewoon werken. Heb wel nog even aan je gedacht hoor.’
‘Grapjas.’
‘Had je nog een berichtje gestuurd, toch?’
‘Oh, ja, kan wel.’ Veertig keer gelezen.
‘Wat ga je nu doen?’
‘Naar huis, beetje chillen.’
‘Cool. Ik ook. Vanavond pasta eten.’
‘Oh, nou, toevallig. Heb ik gisteren gegeten!’ Kreeg alleen geen hap door m’n keel.
‘Oh, oké. Ja, daar had ik opeens zin in. Hé, maar ik zie dat de volgende zeven er alweer aankomt. Misschien moet je die pakken?’
‘Ja.’ Vind je?
‘Spreek ik je later nog wel een keer, oké?’
‘Ja, prima.’ Wanneer? Hoe laat?

Niek buigt naar Jane om haar een afscheidszoen te geven. Ze heeft het hele gesprek krampachtig haar best gedaan om zo ver mogelijk bij hem vandaan te blijven. Misschien zou hij de rook dan niet ruiken. Nu kan ze er nier meer onderuit. Ze drukt haar lippen vluchtig tegen zijn wang en draait zich dan weer snel weg.

‘Doei!’, roept Niek haar na.
‘Dag!’ Dat heb je mooi verneukt, trut.

Advertenties