Gitzwarte vrouw

door Vinnerd

Hoezee! Joris Linssen komt weer terug als presentator van Hello Goodbye (samen met Katja Schuurmans, overigens). Om dit te vieren: een dialoog over een gitzwart mens. Setting? Hello Goodbye dus. Geniet.

‘Op wie staat u te wachten, mevrouw?’
Mevrouw Kerklaan houdt haar blik strak op de  schuifdeuren gericht.
‘Mijn zoon.’
‘Is hij lang weggeweest?’, vraagt Joris Linssen in een poging het gesprek op gang te krijgen.
‘Nee, een week.’
Dan kijkt mevrouw Kerklaan de presentator aan.
‘Hij is z’n vrouw ophalen.’
‘Zijn vrouw ophalen?’
‘Ja. Die wilde haar familie nog een laatste keer zien voordat ze zich voorgoed in Nederland zou vestigen. Lief kind hoor, heus waar, maar ik vraag me soms af wat mijn zoon in haar ziet.’
‘Waar komt ze vandaan?’
‘Suriname, geloof ik. In ieder geval ergens in Afrika. Het is zo’n zwarte, he. Ja, dat mag je tegenwoordig niet meer zo zeggen natuurlijk, en al helemaal niet met zo’n ding op je neus.’ Ze wijst naar de camera. ‘Donkerwitte dan, je snapt wat ik bedoel. Hoe dan ook, ik wil de ketel verder niets verwijten maar feit blijft dat ze zwart is.’
Joris kijkt even kort naar de cameraman, die zijn duim opsteekt als teken dat hij door moet gaan.
‘Hoe hebben ze elkaar leren kennen?’
‘Mijn zoon is ontwikkelingswerker. Het is ook zo’n lieverd, altijd maar begaan met anderen. Heeft hij van z’n moeder. Van mij dus. Ja joh, ik ben ook altijd maar met anderen bezig. Gisteren nog, stond Fia opeens voor mijn deur. Helemaal in paniek, de schat. Ze zit in de bijstand, moet je weten. Honderd procent afgekeurd. Zeg ze zelf dan, he. Volgens mij is ze gewoon te lui om van d’r platte reet af te komen. Haar geld was op en ze kon d’r kinderen niets te eten geven. Ja, wie ben ik dan om niet een handje bij te schieten, niet dan? Dus heb haar twee komkommers gegeven, voor de vitamientjes. Hoef ik niet terug hoor, zei ik nog tegen d’r. Geniet er lekker van.’
‘En uw zoon heeft zijn vrouw tijdens zijn ontwikkelingswerk leren kennen?’
‘Ach lieverd, dat weet ik toch allemaal niet. Hij stond opeens met haar op de stoep. Mama, zei hij, dit is mijn vriendin. Het was toen nog zijn vriendin, he. Dat hele trouwen is later pas gekomen. Gelukkig wel zeg, het zal je maar gebeuren. Duikt je zoon opeens op, blijkt hij getrouwd te zijn.’
‘En kunt u een beetje met haar opschieten?’
‘Met mijn schoondochter? Ja joh, ik ben heel makkelijk in de omgang. Een echt mensenmens. Ik maak natuurlijk wel eens een grapje over d’r, maar dat hoort er een beetje bij, niet dan? Maar maak je niet druk hoor, ik zorg altijd dat ze het niet hoort. Nee, nee, dat zal je mij nooit zien doen, dat vind ik zo onbeschoft. Het blijven toch ook gewoon mensen uiteindelijk, he, die zwarten.’
‘Ik geloof dat we het zo wel hebben’, zegt Joris.
Hij trekt aan zijn oorlel, zodat de cameraman weet dat hij kan stoppen met filmen.
‘Mooi zo. Komt dit nou op de televisie?’
‘Hoogstwaarschijnlijk niet, mevrouw.’
‘Ach, wat jammer. Nou ja, ik vond het in ieder geval gezellig. En kijk eens aan, zal je ze net hebben.’
De deuren schuiven open en vermoeide reizigers stappen de ontvangsthal binnen. Tussen de groep loopt een jonge man met borstelig haar en een verzorgde stoppelbaard. Naast hem loopt een Afrikaanse vrouw. De jongen merkt mevrouw Kerklaan op en steekt enthousiast zijn hand op.
‘Gut, ze is wel donker, he?’, zegt mevrouw Kerklaan tegen Joris terwijl ze terugzwaait naar haar zoon. ‘Lijkt ook wel of het steeds erger wordt. Gitzwart mens.’

Advertenties