Broodjes knakworst

door Vinnerd

Ik denk zelden meer aan Gerard. Enkel nog tijdens het nuttigen van broodjes knakworst.

Ik zou je niet kunnen vertellen of Gerard ook van knakworsten hield. Dat doet er eigenlijk ook helemaal niet toe. Waar hij wel van hield, was roti, zoals alleen zijn vrouw die kon maken. Verder hield hij van oude kaas en, natuurlijk, mooie meisjes.
Zijn vrouw, Ullulah, een importbruid uit Suriname die niet bij hem bleef vanwege zijn geld, had dit al vroeg in de gaten. Nu kan ik dat makkelijk zeggen, in retroperspectief. Maar alle hints die ze liet vallen, vielen later pas op hun plek.
Ullulah werkte in de keuken van de snackbar van Gerard. Het frituren van kroketten en frikadellen was verspilling van haar talent, zo meen ik echt. Ik was dan ook, werkelijk waar, blij voor haar toen ze me vertelde dat ze ook roti in de snackbar gingen verkopen. Zij bereidde het, Gerard verkocht het.
‘Marleen houdt vast niet van roti’, zei ze tegen me.
En dat had ze goed ingeschat. Toch bleef Marleen iedere pauze naar de snackbar gaan, want patat verkochten ze nog steeds.
In de avonduren, als Gerard niet druk bezig was met het uitvoeren van zijn hobby – sterren kijken – spendeerde hij heel wat uurtjes op de diepste, donkerste krochten van het internet. Dat vertelde Ullulah mij. En als een donkere zelf ook het woord ‘donker’ gebruikt om aan te duiden dat iets slecht is, vind ik dat het serieus genomen mag worden.
Het was verder mijn zaak niet, en dus vroeg ik er nooit op door. Ik dacht dat het me niet aan zou gaan wat Gerard in zijn vrije tijd deed.
‘Houd je het surfgedrag van Marleen wel goed in de gaten?’, vroeg Ullulah mij.
Maar dat deed ik niet. Waarom zou ik?
Het was een donderdagavond dat Ullulah mij overstuur opbelde. Ze zal wel weer in elkaar geslagen zijn, was mijn eerste gedachte
toen de telefoon ging. En dat bleek al snel bevestigd te worden. Het was dan ook vooral de reden waarom, die mij verraste.
‘Ik wilde hem tegenhouden’, snikte Ullulah. En nu spreek ik het duidelijk en verstaanbaar uit, maar op hem moment suprême was ze zo aan het snikken dat ze het een paar keer heeft moeten herhalen voordat ik precies kon verstaan wat ze zei.
‘Ik wilde hem tegenhouden, en toen sloeg hij mij.’
‘Wat wilde hij doen, dat je hem tegen wilde houden?’, vroeg ik.
En toen kwam het hele verhaal eruit. Ik ben opgestaan, heb mijn spullen gepakt, ben naar Gerards huis gereden, heb aangebeld – Ullulah deed open – en ben de kamer ingestormd. Toen ik mijn dochter, halfnaakt, huilend in de woonkamer zag liggen, draaide ik me naar Ullulah en vroeg haar waar Gerard was.
‘In de snackbar’, zei ze.
Ik heb haar toen gevraagd op Marleen te passen en stak de straat over. Ik opende de deur met de sleutel die Ullulah mij gegeven had en achter in de keuken vond in Gerard. Hij leek allerminst verrast mij te zien.
‘Klootzak’, zei ik. En misschien nog iets erna, maar dat weet ik niet meer. Ik heb een pan van het vuur gepakt en die tegen zijn achterhoofd geslagen. Toen legde ik zijn hand op het aanrecht en sneed al zijn vingers eraf. Die deed ik op een broodje.
Toen Gerard wakker werd, niet lang erna, kon hij niets anders dan krijsen. Ik had hem stevig vastgebonden en gebood hem zijn mond te houden. Deed hij niet. Uiteindelijk heb ik hem stil gekregen door zijn eigen broodjes in zijn mond te prakken.

Ik denk zelden meer aan Gerard. Enkel nog tijdens het nuttigen van broodjes knakworst.

Advertenties