Het hertentamen

door Vinnerd

Nog één tentamen. Nog een allerlaatste hertentamen en dan is Maarten er voorgoed vanaf. Nooit meer stampen. Nooit meer colleges. Dat hij voor zijn laatste kans moet afreizen naar de andere kant van Amsterdam, neemt hij op de koop toe.
Maarten is niet bijzonder populair. Nooit geweest ook. Zelf wijt hij dit aan een gebrek aan zelfvertrouwen door zijn manke poot. Of dat werkelijk de reden is, is de vraag. Feit blijft, niemand ziet Maarten echt staan.
‘Maar daar komt binnenkort verandering in’, spreekt Maarten zichzelf toe. ‘Als ik zo meteen afgestudeerd ben, gaat mijn leven echt beginnen. Dan word ik succesvol en populair en beroemd zal iedereen er spijt van hebben dat ze mijn vriend niet wilden zijn.’ Dat is zijn missie, dat is zijn droom.

Maarten neemt plaats in de gigantische tentamenzaal. Hij zet zijn flesje water op de hoek van de tafel, legt zijn collegekaart duidelijk zichtbaar neer, pakt een banaan uit zijn tas en checkt of zijn pen het goed doet. Alles in orde. Na een kort praatje van de surveillante – waarin de gang van zaken voor zo ongeveer de veertigste keer wordt uitgelegd – worden de opgaven uitgedeeld en de studenten mogen beginnen.
Maarten gaat lekker. Op een enkele vraag na, kan hij alles invullen en binnen een uur is hij klaar. Als eerste. Hij steekt zijn hand op en de surveillante loopt naar hem toe om hem af te tekenen en zijn opgaven in te nemen.
Omdat de rest nog volop bezig is, besluit Maarten niet uitgebreid zijn tas in te pakken. Hij graait zijn spullen bij elkaar, hangt zijn tas over zijn schouder, zijn jas over zijn arm en haast zich zo geruisloos mogelijk naar de uitgang.
Dan trapt hij op de mouw van zijn jas. Als hij geen manke poot had gehad, had hij zich misschien niet zo lelijk verstapt. Maar zijn linkerbeen klapt dubbel en hij gaat vol onderuit. Zijn flesje water schiet uit zijn hand en rolt de ruimte in. Zijn pen vliegt onder een stoel en zijn gezicht vindt de grond, alles gepaard met een luide, hoge gil.
Dan is het weer doodstil. Alle studenten hebben zich opgericht van hun opgaveblad, om te zien wat er zojuist gebeurde.
Maarten ligt plat op de grond. Hij beweegt niet. Het is geen schaamte die hem doet besluiten zo te blijven liggen. Hij is druk bezig vanuit deze positie al zijn spullen te positioneren, zodat hij – wanneer hij weer opstaat – razendsnel alles bij elkaar kan pakken. Om zijn medestudenten niet nog meer te storen dan hij zojuist heeft gedaan.

Die avond logt Maarten in op Facebook. Negen notificaties. Slechts twee ervan zijn uitnodigingen voor Candy Crush. De andere zeven? Berichten op zijn wall. Klasgenoten die vragen of het gaat. Maarten leest ze allemaal. Het lukt hem niet zijn tranen te bedwingen.

Advertenties