Hamburgers

door Vinnerd

Vandaag, precies twee weken geleden (of ongeveer twee weken dan, ik houd het niet zo precies bij) at ik hamburgers.
Hamburgers zijn mijn lievelingsvoer. Er is iets aan de combinatie van vlees en saus met brood dat mijn hart sneller doet kloppen. En dan doel ik natuurlijk niet op hartproblemen die je krijgt van vet eten. Dat staat hier even los van.
Ik discrimineer ook niet. Als het op hamburgers aankomt, vind ik alles prima. In groente maak ik trouwens wel onderscheid. Andijvie is een absolute no-go.

Mijn liefde voor het beburgerde brood is ontstaan nadat ik net weer vrijgezel was, na samen te hebben gewoond met mijn toenmalige partner. Ik moest opeens weer voor mijzelf koken en zoals voor sommige van jullie misschien al duidelijk was: dat kan ik niet.
Mijn onvermogen tot koken zit hem in de enorme hoeveelheid stress die het met zich meebrengt. Kijk, ik kan prima aardappels koken. Dat is niet moeilijk. Ik kan prima een lapje vlees bakken. Dat is niet moeilijk. Ik kan ook prima groenten koken. Dat is niet moeilijk. Het wordt, voor mij althans, pas lastig als het allemaal tegelijk moet. De aardappels in de gaten houden terwijl de doperwten overkoken, en ondertussen ook mijn aandacht op het vlees richten. Hallo, nee maar echt, hoe doen mensen dat?

Maar hamburgers, oh, hamburgers. Je hoeft alleen maar een lapje vlees in de pan te kwakken. Het brood hoeft niet in de pan. De saus hoeft niet in de pan. De sla en komkommer hoeft niet in de pan. Het is werkelijk zo simpel.

Het enige dat fout kan gaan bij het maken van burgers, is dat je er teveel maakt. Dus – zoals ik net al zei – toen ik twee weken geleden hamburgers at, maakte ik er teveel. Gelukkig had ik nog tupperware-bakjes, en dus bewaarde ik het vlees dat overbleef voor later. Mocht ik weer trek hebben in een burgertje.

‘Maar Vin, waarom vertel je ons dit nu? Het is twee weken geleden gebeurd. Totaal niet meer relevant.’
Toch wel, want ik vond zojuist de overgebleven hamburgers in mijn koelkast. Heb ze maar weggegooid.

Advertenties