Plassen op de Pride

door Vinnerd

De Pride (zoals er naar de Gay Pride verwezen wordt door hippe nichten die het vanzelfsprekend vinden dat het de Gay’s editie betreft). Na een weekend als deze voel ik me ieder jaar weer gereïncarneerd. En daarmee bedoel ik: overleden en weer tot leven gewekt. Een wandelend lijk. Maar het was het waard.
Waar ik me ieder jaar weer grandioos aan kan ergeren is de overtollige mate waarin het bier vloeit. Jongens, het is Gay Pride. Een gat in de markt voor rosé fabrikanten, zou ik zo zeggen. Blikjes rosé, geleverd met een plastic rietje. Maar nee. Ik dronk Grolsch. Of Heineken. Het zat in een groen blik, in ieder geval.

Ik kan jullie nu vervelen met een opsomming van wat ik het weekend allemaal heb uitgespookt, maar dat zal ik jullie besparen. Ik beperk mij tot een veel interessanter onderwerp: plassen.
Iedereen die wel eens een dag met mij op stap is geweest, weet dat ik kan zeiken als een wijf. Vaak en veel. Godzijdank heb ik een piemel en kan ik dus in die sta-trottoirs die door de stad verspreid staan. Zou je denken. Maar dat lukt me niet.

Al sinds mijn zestiende heb ik plas-issues. Het lukt me niet te ontspannen als ik ook maar het minste idee heb dat er iemand naar me kijkt. En opmerkingen als “hop, doordruppelen, we moeten verder” helpen niet. Gelukkig vond ik daar op mijn zeventiende iets voor uit.
Als ik heel lichtjes over mijn stuitje aai, ontspant mijn urinebuis zich. En dan klater ik zo de pot vol. Die techniek gebruik ik nu uitsluitend wanneer ik in een park de bosjes induik, en de laatste jaren zelfs thuis. Het nadeel? Ik ben er verslaafd aan. Mijn lichaam is nauwelijks meer in staat zijn afvalstoffen te laten stromen zonder een vinger langs m’n stuit.
Dat is zelden een probleem, want plassen is in principe een private aangelegenheid. Tenzij de hele stad uitloopt en je urine in een grijze bak moet dumpen. Ben ik trouwens de enige die dan maar geconcentreerd naar zijn eigen piemel blijft staren, omdat het minder ongemakkelijk is dan opkijken en oogcontact hebben?
Om maar gewoon heel duidelijk te zijn: het is niet verstandig om een vinger in je onderbroek te steken, zo ongeveer een centimeter van je poepertje vandaan. Niet op de Gay Pride, midden op straat.
“Stel je niet aan, niemand kijkt naar je.”
Nogmaals: dat helpt niet.
Anderhalf uur, vijf pogingen en een pijnlijke blaas later vond ik eindelijk een afgesloten wc. Vijftig cent. Ik had er tien euro voor over gehad. Toen ik weer terugliep naar de groep, vroeg er iemand: ‘Moest je poepen?’
‘Nee’, zei ik.
‘Oh, dat dacht ik. Omdat je op zo’n afgesloten wc ging.’

Poepen in het openbaar doe ik niet meer sinds ik gedwongen werd om halverwege de daad razendsnel mijn broek op te hijsen nadat mijn broertje riep: ‘boswachter!’
Hij maakte een grapje.
Ik moest niet lachen.

Advertenties