Deel 2: Acedia

door Vinnerd

(gemakzucht – traagheid – luiheid – vadsigheid) 

2. sloth

Nadat ik voor mijn vriend had bepaald er een punt achter te zetten, zijn we redelijk snel overgegaan op de verdeling van de materiele zaken. Het huis stond op mijn naam en was dus van mij. Hij kreeg het bed, ik de bank (wat ik prima vond, want op een bank kun je ook slapen). Ik kreeg de wasmachine, hij de droger. Onze platencollectie hadden we onderling verdeeld.
Ik was op dat moment student met een onregelmatig rooster, hij werkte fulltime als maatschappelijk werker. We maakten de afspraak dat hij een week lang de tijd kreeg om zijn spullen bij elkaar te zoeken. Ik zou in die periode bij een vriendin logeren.

Toen ik na die week thuiskwam, lagen zijn huissleutels keurig op het aanrecht. Het huis lag volledig overhoop. Je ziet pas echt hoeveel stof er onder je bed ligt, wanneer je bed er niet meer staat.
Toen ik door mijn huis liep, voelde ik ergens wel een steek van jaloezie. Hij kon opnieuw beginnen. Een nieuw huis, een nieuw leven. Ik zat gevangen in mijn gouden kooi, opgescheept met herinneringen aan het verleden.
De eerste maand sliep ik niet in onze voormalige slaapkamer. De voornaamste reden was dat ik geen bed meer had en dus op de bank moest slapen, die in de woonkamer stond. Daarnaast voelde het niet zen.
Het was pas nadat mijn moeder de kamer zuiverde (door zout in alle hoeken van de kamer te strooien en dat daar een nacht te laten liggen, om het de volgende dag op te zuigen en zo de negatieve energie mee te nemen) dat ik er weer wilde slapen.

Toen er geen schoon bord meer te vinden was, stapte ik over op wegwerpservies van de Blokker.


Naast het bed had mijn ex ook onze televisie meegenomen. Dat betekende dat er weinig te doen was ’s avonds, aangezien mijn primaire vorm van tijdverdrijf me was ontnomen. Het had erin kunnen resulteren dat ik mijn avonden productief doorbracht, bijvoorbeeld door het schoonmaken van mijn toilet of het wassen van de vaat, maar niets van dat. Vond ik mezelf ook veel te zielig voor. Arme, vrijgezelle ik, te zwak om op te ruimen.
De vaat stapelde zich steeds meer op. Al die jaren Tetris spelen bleken niet voor niets te zijn geweest, want ik was een kei in het stapelen van borden, bekers en bestek. Toen er werkelijk geen schoon bord meer in het huis te vinden was, stapte ik over op wegwerpservies van de Blokker.

Gelukkig was daar mijn buurman. Hij woonde, net als ik, op de derde verdieping, maar dan op nummer 73 in plaats van nummer 71. Hij had een dakterras waar ik avonden op uit heb kunnen huilen, onder het genot van een glas fles limoncello.
Het was dan ook mijn buurman die me er uiteindelijk op attendeerde dat ik al vier dagen lang in hetzelfde shirt rondliep. Ik vertelde hem maar niet dat ik er ook al vier nachten in sliep. Al kon hij dat ongetwijfeld ruiken, want deodorant maskeert slechts zoveel.


Ik meen, laatst, geloof ik
Te hebben vernomen
Dat, hard werken
Kan ook in je dromen

Advertenties