Deel 3: Gula

door Vinnerd

(onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht) 

2. gluttony

Er was eens, voor een moment in tijd en ruimte, een jaar waarin ik veertien was.
Tijdens dat jaar was Hyves populair onder de jeugd, hetgeen ik toen toebehoorde. Ik hecht inmiddels, volwassen en drieëntwintig als ik ben, weinig waarde meer aan het aantal berichten op mijn Facebook-wall, noch aan de hoeveelheid digitale “vrienden” die ik door de jaren heen heb verzameld. Maar jong en veertien als ik was, keek ik daar heel anders tegenaan.
De sport was om zoveel mogelijk “krabbels” te verzamelen. Ik denk dat ik hoopte een antwoord te vinden op de existentiële vragen des levens, hetgeen me destijds niet gelukt is (nog steeds niet, overigens).
Wat me wel is gelukt, is het vinden van aandacht.
Even voor de beeldvorming: jongen, begin van de pubertijd. Je komt erachter dat je anders bent dan je leeftijdsgenoten, en niet alleen omdat je de enige jongen uit de klas bent die niet van gym houdt. Dat is verwarrend.
Als je dan uiteindelijk geconcludeerd hebt homo te zijn, rijst de vraag waar je in godsnaam soortgelijk volk gaat vinden. Want naast die slissende leraar Nederlands met snor en wat valse nichten op televisie, kende ik er eigenlijk geen een.
En dan is daar dus Hyves. Door middel van het aanmelden bij verschillende groepen (eveneens “Hyves” genaamd) kwam ik in contact met soortgenoten (wat een bekrompen en foute benaming is, maar omdat ik zelf homo ben mag het).

Het was geen date, maar een vriendschappelijke get-together.


De meeste van die contacten waren lang en breed vervlogen, op eentje na. Jam-Jong Pim-Pam-Pet, een kleine, gezette pinda die zichzelf met de derde persoon enkelvoud aanduidde (‘Jammie vraagt zich af hoe het met je gaat!’).
De reden dat het contact al die jaren warm bleef, is voornamelijk omdat hij er de tijd en moeite instak mij te blijven contacten. Maar verder dan digitaal ging het niet.
Dat is, totdat ik weer vrijgezel was, ruim zeven jaar nadat ik hem leerde “kennen”.

Wel wil ik even heel duidelijk stellen: dit was geen date, maar meer een vriendschappelijke get-together. Daarnaast was ik er, in alle bescheidenheid, redelijk van overtuigd dat ik knapper was dan hij. Dan gaf toch een gevoel van zekerheid, al betekende het tegelijkertijd dat ik absoluut niets van hem wilde.
Op seksueel gebied, dat is.
Want mijn god, deze man kon koken. Misschien vanwege zijn het zijn Oosterse roots (is het racistisch om er vanuit te gaan dat alle pinda’s goed kunnen koken?), misschien vanwege zijn jarenlange ervaring (want iemand met een buik als de zijne heeft duidelijk ervaring met het bereiden en tevens nuttigen van voer). Hoe het ook zij, hij kon het.
Dat hij meer wilde, bleek uit bijvoorbeeld de manier waarop hij mij spontaan kon beetpakken als ik het gehakt aan het kneden was. Dat ik er totaal niet op reageerde, leek voor hem geen probleem te vormen.
Toch bleef ik, na onze eerste ontmoeting, het contact onderhouden. Want je moet je voorstellen dat ik van dagelijks samen dineren, naar dagelijks patat en pizza afgleed. Ik kon niet koken. Dat deed mijn vriend altijd. Het is waar wat ze zeggen: het zijn de kleine dingen die je het meest mist. Jammie Pim-Pam-Pet vulde een leegte in mij op: honger.

Ik heb een zondig lichaam
Maar ducht
Helaas is mijn zonde
Vraatzucht

Advertenties