Deel 5: Avaritia

door Vinnerd

(hebzucht – gierigheid) 

2. greed

De eerste keer dat ik dronken was, was toen ik dertien was. Mijn moeder vierde kerst bij ons thuis en had cocktails gemaakt. Het gevaar met cocktails is alleen dat je niet kan proeven dat er alcohol in zit. Dus toen mijn oom mij cocktails aan bleef bieden en ik deze allen gulzig tot mij nam, had ik te laat pas door dat je er dronken van kan worden.
Ik heb de hele avond op de borsten van mijn oma gelegen en kan me enkel nog het toetje herinneren (“een grote, witte berg die in de fik stond”).
Mijn tweede kater volgde een paar jaar later, nadat ik me op een huisfeest expres zo dronken had gezopen dat ze me later moesten vertellen wat ik allemaal had uitgespookt, omdat ik het me niet meer kon herinneren.
Mijn derde kater was na de nacht met Diederick.
Over het algemeen kan ik redelijk goed tegen alcohol, in de zin dat ik er nooit een kater aan overhoud. Maar ik had te weinig gegeten, teveel gedronken en te kort geslapen.
Ik moet er afschuwelijk uit hebben gezien, want waar Diederick de avond ervoor nog zo gretig op mij losging, leek zijn interesse nu volledig vervlogen. Dat kwam mij, eerlijk gezegd, prima uit.

Ik nam kauwgom om de ochtendadem ietwat te verbloemen.


‘Jij drinkt vast koffie’, zei hij.
Toen ik dat bevestigde, keek hij zelfvoldaan uit zijn ogen, intens content met zijn eigen mensenkennis. Maar ho even, homo, dacht ik, zo interessant is het niet, dat je dat kunt inschatten.
‘Zwart, zeker?’
Ik was even geneigd om het te ontkennen en te verkondigen dat ik er liters melk en kilo’s suiker in wilde, maar daar zou ik uiteindelijk alleen mezelf mee hebben. Ik gaf toe.
‘Dacht ik al’, zei hij met wederom die zelfvoldane blik.
Ik nam de koffie dankbaar aan en goot hem naar binnen. Toen kleedde ik mezelf aan en haalde een stuk kauwgom uit mijn broekzak, om de ergste ochtendadem ietwat te verbloemen.
Mijn oog viel op zijn DVD-collectie. Meer uit verveling dan uit interesse bladerde ik door de stapel. Ik stopte toen ik een DVD met The Farewell Tour van Cher tegenkwam.
‘Lenen?’, vroeg Diederick die plots achter me stond.
Nu was ik geen uitgesproken fan van Cher. Van niemand eigenlijk. Ik had al moeite genoeg om bij te houden wat er in mijn eigen leven gebeurde, laat staan in dat van iemand die ik niet eens persoonlijk kende. Maar haar muziek vond ik uitermate vermakelijk en ik zag het wel zitten om die avond weg te dromen op tijdloze klassiekers als Believe en Strong Enough, onder het genot van een dampend kopje thee.
Ik had het aanbod af moeten wijzen, want ik wist eigenlijk toen al dat ik hem nooit meer zou zien. Maar iets in mij (ik verwijt het de kater) was niet in staat dat te bedenken.
‘Ja’, zei ik dus maar en ik stak hem in mijn tas.
Die DVD ligt nog steeds op mijn plank.

Minder is meer
Maar verrek
Meer is toch echt gewoon meer
Of ben ik nou gek?

Advertenties