Deel 6: Ira

door Vinnerd

(woede – toorn – wraak – gramschap) 

6. wrath

Organiseren is mijn ding niet. Het maken van een planning en het houden van overzicht zijn talenten waar ik – jammerlijk genoeg – niet over beschik. Toch besloot ik een feestje te geven toen mijn tweeëntwintigste verjaardag zich aandeed. De stress begon welgeteld vier seconden na het aanmaken van het Facebook-event.

Het is een soort innerlijke tweestrijd: een de ene kant ben ik laks en wil ik zo min mogelijk moeite doen. Aan de andere kant voel ik me verplicht om het mijn gasten naar hun zin te maken. De beste oplossing leek me daarom om vooraf een strak schema te maken, zodat ik op het feest zelf alleen maar een stappenlijst af hoefde te lopen. Dat zou verwarring en chaos voorkomen.
De inloop, zo maakte ik duidelijk op Facebook, was tussen zeven en kwart over zeven. Daarna zouden we ezeltje prikje spelen tot half acht, dan een half uur zaklopen, om acht uur gingen we zingen, kaarsjes uitblazen en taart eten en vanaf half negen begon het spijkerpoepen en koekhappen.
Zelf had ik dit soort activiteiten nooit kunnen bedenken, maar ik zocht tips voor het geven van een partijtje op internet en dit is wat eruit kwam.
De planning was er. De locatie ook, aangezien ik het gewoon thuis zou geven. Wat er nog ontbrak, waren de gasten. Logischerwijs nodigde ik al mijn vrienden uit, wat makkelijk was geweest, ware het niet ik ook een hoop gemeenschappelijke vrienden met mijn ex had. En vrienden die eigenlijk meer zijn vrienden waren dan de mijne, maar wel op al mijn verjaardagen van voorgaande jaren waren. Dus wat te doen? Uiteindelijk besloot ik maar gewoon iedereen uit te nodigen, inclusief mijn ex zelf. Hij kwam opdagen en het was de eerste keer dat ik hem weer zag sinds onze breuk, twee maanden daarvoor.

Ik had nog nooit iemand geslagen, maar voor alles is een eerste keer.


De planning liep meteen al in de soep, aangezien er nog bijna niemand was om zeven uur. Toen er later op de avond ook weinig animo bleek voor het spijkerpoepen en iedereen al vol zat van de taart en daardoor niet wilde koekhappen, schoot de stress me naar het hoofd.
Om elf uur had ik er genoeg van en besloot ik mijn feestje te laten voor wat het was en naar de stad te gaan. De aanwezige gasten, waaronder mijn ex, volgden gedwee en daar stonden we dan, een uurtje later, in de rij voor de NYX.
Om maar even heel eerlijk te zijn: de NYX vond ik niks. Het is mijn muziek niet. Mijn gasten leken er hetzelfde over te denken, maar aangezien we tien euro entree hadden betaald, besloten we toch te blijven. Ik had inmiddels alle hoop op een geslaagd verjaren al opgegeven.
Een uur en vier alcoholhoudende drankjes later stonden we met een groepje in de rookruimte. Terwijl ik een mop vertelde in de hoop mijn volk het nog naar de zin te maken, zag ik mijn ex plots met iemand zoenen.
Toegegeven, het was inmiddels twee maanden uit. Hij had alle recht zich uit te leven. Maar het was míjn verjaardag, het moest precies gaan zoals ík wilde. En dit wilde ik niet. Want had ik sjans? Nee. Dus mocht niemand sjans hebben.
Ik gilde in zijn oor dat ik dit niet oké vond. Hij reageerde niet. Toen gilde ik in het oor van zijn scharrel dat hij Hiv-positief was. Was niet zo, maar in liefde en oorlog is alles geoorloofd. En het was oorlog.
Vreemd genoeg leek het de jongen niet zoveel uit te maken en ze gingen door. Toen knapte er iets in mij. Misschien was het de alcohol. Misschien was het de stress. Misschien was het verdriet of misschien was het een combinatie. Maar ik had nog nooit iemand zo hard op zijn oog gestompt. Ik had überhaupt nog nooit iemand geslagen, maar voor alles is een eerste keer. Mijn eerste keer was daar, in de rookruimte van de NYX, onder toeziend oog van nicotine-verslaafde homoseksuelen.
Hypocriet, aangezien ik een week daarvoor hetzelfde had gedaan? Jazeker.
Maar spijt kwam pas later.

In stilte wacht ik diep van binnen
Licht ontvlambaar, en helaas
Kom jij pas weer echt bij zinnen
Als ik klaar ben met geraas

Advertenties