Thijs de huisgenoot

door Vinnerd

Het heeft een bescheiden drieëntwintig jaar geduurd, maar ik heb inmiddels een groepje mensen om me heen verzameld die ik heel dierbaar ben. Mensen waarvan ik weet dat ik ze op kan bellen als ik verdrietig ben – of juist heel blij. Mensen die mij in hun buurt verdragen als ik even niet weet wat ik met mezelf aan moet. Mensen die voor me koken, omdat ik dat niet kan. En mensen die boos op me worden als ik dingen doe waarvan ik zelf eigenlijk ook al wist dat ik dat beter niet had kunnen doen. Lieve mensen. Mooie mensen. Fijne mensen.

Maar desondanks dit alles lukt het me soms niet helemaal om van de werkelijkheid te ontsnappen. De dagen dat je om kwart over zeven ’s avonds thuiskomt en het koud is in huis. Het ontbijtbordje, dat je vanmorgen in alle haast hebt laten staan, staat er nog steeds. De koelkast is leeg en je hebt honger. Wachten tot er iemand thuiskomt die je iets van de last wilt ontnemen heeft geen zin: er is niemand.

Oh hell no.

Oh hell no.

Niet dat ik verwacht dat iemand mijn rotzooi opruimt; I’m a strong, independent black woman. En ik vind het heerlijk om mijn eigen ruimte te hebben. Het probleem zit hem er voornamelijk in dat ik soms de behoefte voel een beetje in het wilde weg te praten. Vroeger deed ik dat tegen mijn flamingo, het plastic gevaarte dat mijn plantenbak sierde. Maar die is recentelijk op de grond gevallen. Hij was nog heel, maar ik ruimde hem niet meteen op (“komt wel”) en toen ging er tot tweemaal toe iemand op staan. Kapot.

Ik zou best hardop tegen mezelf kunnen praten (en stiekem doe ik dat ook weleens) maar zo af en toe heb ik dan plots een momentje waarop ik me realiseer wat ik aan het doen ben. En dan voel ik me vreemd.

Lang verhaal kort: mijn zorgen zijn voorbij. Afgelopen zaterdagavond, acht uur, betrad Thijs mijn woning. Thijs praat niet veel, maar kan heel goed luisteren. Hij vindt het gezellig om me op te zoeken maar neemt ook genoegen met zichzelf en misschien een wc-rol. Soms poept hij op de bank, maar hij ruimt het meestal ook zelf weer op door het op te eten. En het allergezelligste: er is altijd iemand die me opwacht als ik thuiskom. En dat vind ik fijn. Heel fijn. Zeker in deze donkere wintermaanden.
En ook niet onbelangrijk: hij kan goed opschieten met mijn vrienden.

thijs

Hier ligt Thijs ontspannen te genieten van zijn eigen plekje op de bank.

Advertenties