Ik word nooit ziek

door Vinnerd

‘Ik word nooit ziek’, zo zei ik al jaren tegen mezelf. En tevens tegen iedereen die het horen wilde. Zoals gisteren, toen mijn sniffende, koortsige collega me zijn paprika-bietensap aanbood.

koffie

“Je mag een slokje, hoor. Maar ik ben wel ziek.”
“Maakt niet uit, ik krijg toch nooit wat.”
Gulzig goot ik de korrelige, urine-gele substantie mijn strot in. Dat het er ook net zo snel weer uitkwam, had te maken met de smaak en niet omdat ik spontaan ziek was geworden. Maar al een dag later (vandaag, dus) voelde ik me plots een stuk minder lekker.

Toen ik vanmorgen opstond, zo rond een uur of kwart voor één, voelde ik me wat zwakjes. Maar dat voel ik me altijd ’s ochtends. Dus geen reden voor alarm. Het werd pas vervelend toen het gevoel niet wegtrok. Naarmate de dag vorderde, begon mijn hoofd steeds meer te bonzen. Rond half vijf was het zo erg dat ik scheel begon te zien. Met veel moeite ontdeed ik mijn van mijn kledij en stapte onder de douche. Maar het warme water wekte alleen een koortsig gevoel op.
Ik ga dood, bedacht ik me plots. En normaal denk ik dat soort gedachtes nooit, dus het moest toch ergens vandaan komen. Verdikkeme, en dat op kerstavond. Ik besloot de laatste uren van mijn leven te besteden met hetgeen ik het liefste doe.

Ik stapte onder de douche vandaan en liep naar de keuken. Ik schepte drie schepjes koffiepoeder (hoe heet dat ook alweer?) in mijn apparaat en drukte op de knop.
Daar, naast de vuilniszak met muizengaten, stond hij: mijn ouwe trouwe krukje. Ik nam erop plaats en wachtte. En wachtte. En wachtte tot de koffie eindelijk was doorgelopen. Ik zocht mijn leukste mok uit en goot hem tot de rand vol. Ik morste een beetje, maar besloot dat het toch niet meer zou uitmaken als ik straks heen ging. Toen nam ik een slok.

Nu, een uurtje later, zit ik in de trein op weg naar mijn ouders. Mijn hoofd bonst niet meer en mijn ogen trekken langzaam terug naar hun oorspronkelijke positie. En terwijl ik hier zo zit en dit euforische gevoel van overwinning ervaar, realiseer ik me des te meer: ik ga niet dood. Ik heb gewoon een cafeïneverslaving.

Advertenties