Open brief aan de EO

door Vinnerd

BEAM, het ‘jongerenmerk’ van de EO, publiceerde recentelijk een interview met de negentienjarige Thony. In dit interview wordt zijn wilde verleden geschetst, van Barbies tot harddrugs en van het dansen in ordinaire gayclubs tot het epileren van zijn wenkbrauwen. Totdat God ingreep.

Los van een aantal tendentieuze citaten als “Een dag later – zo snel gaat dat in Homoland – kregen we via de app een relatie”, geeft het artikel mij vooral een gevoel van valse hoop. En hoop – een van de kernpijlers van het Christendom – misbruiken op de website van de EO lijkt mij allerminst juist. Maar dat ben ik.

Het interview door Charlotte van Egmond is hier te lezen >> http://bit.ly/1CYoOh6

pen

Beste Charlotte van Egmond,

Als ik vroeger aan het christendom – zij het protestant, zij het katholiek – dacht, dan zag ik sektarische bijeenkomsten voor me waarbij kokend wijwater in de kut van een zwangere vrouw werd gegoten, om te verzekeren dat het kind niet homoseksueel zou worden. Dit bleek uiteindelijk natuurlijk onzin te zijn, want niet iedereen die in God gelooft uit dit op dezelfde manier. Maar wist ik veel. Ik was een kind.

Inmiddels begrijp ik dat niet alle gelovigen elke zondag in de kerk zitten. Of dat elke christen enkel en alleen vanuit zijn eigen geloofsovertuiging beredeneert. Of dat alle katholieke pausen kinderen misbruiken. Hoewel er natuurlijk altijd extreme gevallen zijn. Maar datzelfde geldt voor de inwoners van Homoland.

Tijdens het lezen van het interview kon in het gevoel van valse hoop maar niet van me afschudden. Ik ben blij, heel blij, om te lezen dat Thony zich nu zo warm van binnen voelt. Dat hij de toekomst rooskleurig tegemoet ziet, zij het met of zonder vrouw. Ik ken Thony niet persoonlijk (Homoland is best groot) maar wens hem desalniettemin al het beste. En toch, toch. Uit het grote aantal reacties op het controversiële stuk durf ik wel op te maken dat het ófwel een vocale minderheid betreft die zich niet kan vinden in het geschetste beeld, ófwel simpelweg een meerderheid.

Nu ben ik volledig voor het geven van hoop. Hoop doet leven. Maar het Bijbelse begrip ‘hoop’ is – voor zover mijn onderzoek hiernaar uitwees – van een totaal andere orde. Het is niet een klein kansje tegen beter weten in, maar honderd procent zekerheid dat iets gaat gebeuren omdat God het gezegd heeft.

Ik ben geen expert op het gebied van het Christendom. Ik zal jou dan ook niet vertellen wat er wel en niet mogelijk is, simpelweg door de liefde van God te accepteren. Waar ik wél een expert in ben, is homoseksualiteit. Of toch tenminste een ervaringsdeskundige, en dat is ook wat waard. Dus neem van mij, als insider, aan: Thony is als verwarde puber niet representatief voor hetgeen hij gebruikt wordt: als boegbeeld om jonge homoseksuelen hoop te geven dat genezing mogelijk is.

Waarom, lieve Charlotte, waarom wordt dan juist Thony (in al zijn beperkte relevantie voor de gehele doelgroep) gebruikt als licht aan het einde van de tunnel?

Advertenties