Verliefd na 36 vragen: date #2

door Vinnerd

Vijf dates, één vragenlijst: ik ben deze week een sociaal experiment gestart met als doel verliefd worden. Ik vertelde eerder al over de eerste date. Die was op zich prima. Date nummer twee was een iets minder groot succes.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het duurde niet lang voordat ik doorhad wat voor goudmijn het internet wel niet is. Zoveel mensen die ik nog niet kende. Om uiteindelijk aan de vijf dates te kunnen voldoen, ging ik wederom op zoektocht. Ik vond een Italiaan. Hij had die avond “toch niets beters te doen”, dus zag hij het wel zitten om mee te werken. Aangezien de eerste date – in een café – wat ongemakkelijk bleek, besloot ik af te spreken in de privacy van mijn eigen huis. Het domste wat je kunt doen, natuurlijk. Maar daar kwam ik pas later achter.

Het eerste dat ik dacht toen hij binnenkwam, was: je stinkt. Hij stonk. Maar misschien was het niet zo erg om dat te denken. Binnen mijn experiment was het wel interessant om te registeren wat mijn eerste indruk van hem was en wat ik na de vragenlijst van hem zou vinden. Dus ik noteerde “stinken” en vroeg of hij iets te drinken wilde. Dat zag hij wel zitten. Na de opties opgesomd te hebben (water, thee of koffie) gaf hij aan wel zin te hebben in water en ging hij zitten. Toen ik terugkwam uit de keuken en naast hem op de bank ging zitten, duurde het welgeteld een hele seconde voordat hij zijn bek opentrok. En eenmaal open, ging hij niet meer dicht.

Hij heeft twee uur – twee fucking hele uren – een monoloog gehouden over mijn minst favoriete onderwerp. Ik heb bijna de hele avond verhalen, tips en trucs moeten aanhoren over voeding. Over hoe belangrijk het is om voeding te eten. En over vitaminen, bacteriën, antioxidanten en al die shit. Over hoe belangrijk het is om op de kleur van je vreten te letten; dat wanneer je een avocado eet die groen is, je er tomaten bij moet eten, want die zijn rood. En over dat je sommige voeding moet koken en andere moet bakken, en welke stoffen er al dan wel niet vrijkomen als je dat doet.

Het was vreselijk. Echt, vreselijk. En nu wil ik nog wel eens ietwat overdrijven, maar van bovenstaande is geen woord gelogen. Hand op mijn hart. Het eerste half uur lukte het me nog wel een bepaalde mate van interesse te faken, maar zelfs dat was op een gegeven moment klaar. Niet dat hij dat doorhad, welnee. Hij emmerde gezellig door over het aantal keren dat hij op een dag at (zes keer).

Er kwam een punt dat ik brak. Ik trok het niet meer. Hij moest weg. Ik keek hem recht aan en vroeg: “Goh, zou je het eigenlijk heel vervelend vinden als ik je straks de deur wijs?”
“Hoezo?”, was zijn verontwaardigde reactie.
Die vraag had ik natuurlijk kunnen verwachten, maar toch had ik me er niet op ingesteld. Tijd om na te denken had ik niet. Ik opende mijn mond en nog voordat ik mezelf kon tegenhouden, rolde het eruit.
“Ik heb diarree.” Ik vervloekte mezelf, maar het was al te laat om nu iets anders te bedenken. “Ik heb er al de hele dag last van en ik voel het nu alweer opkomen. Je moet weg, ik wil niet dat je het hoort. Het pruttelt als een kutruft na de bevalling. Het komt van achter maar klinkt als water.”
Volgens mij kwam de boodschap over. Nog geen twee minuten later stond hij buiten.

Aan de vragenlijst zijn we uiteindelijk niet meer toegekomen. Vond ik niet zo erg. Toen hij wegging, stonk hij overigens nog net zo hard als toen hij binnenkwam. Dus dat was niet veranderd. Heb ik genoteerd.
Nog drie te gaan.

Advertenties