Hardop mompelen

door Vinnerd

Mijn vader heeft de neiging hardop te verkondigen wat hij gaat doen. Zo is het niet ongewoon om hem “even een plasje doen” te horen zeggen, wanneer hij opstaat en de woonkamer verlaat. En volgens mij ben ik erfelijk belast.

cookie-monster-blue-fb-cover

Maar bij mij gaat het verder dat het verkondigen van mijn toiletbehoeftes. Als ik door de supermarkt loop, lees ik mijn boodschappen hardop voor. Dat doe ik voornamelijk voor mezelf, zodat ik niet vergeet waar ik nu ook alweer naar op zoek ben. Maar zo heel zelden komt het wel eens voor dat een vrouw (ja, het zijn nagenoeg altijd vrouwen) me afluistert en me de goede kant op stuurt. Dat is dan een zeer prettige bijkomstigheid.

Nooit stond ik er bij stil hoe zoiets op anderen kan overkomen. Daarvoor interesseerde het supermarktpubliek me te weinig. Tot vandaag. Ik ging schapjes bij de Lild doen. Op zoek naar de augurken in pot, ontmoette ik Margareta (of dat haar echte naam was, weet ik niet, maar ze leek me een typische Margareta).

Margareta is het type mens dat vermoedelijk hardop verkondigd dat je kanker krijgt van vlaaifruit uit blik en zich druk maakt om de toestand van de bootvluchtelingen in Lampedusa, maar met alle gemak een shagje opsteekt terwijl ze haar kinderen met houten blokken laat spelen. Een echt mensen-mens, als het ware. Een linksgedraaide geitenkwark met walnoten-kut.

Margareta zweefde in haar mueslijurk tussen de schappen door. En terwijl ik daar liep, al “augurken uit pot, augurken uit pot”-mompelend, doorbrak ze mijn serene mantra met de opmerking “nu ga ik oude kaas pakken”. Verschrikt keek ik op, want hoe toevallig was dit? Oude kaas en augurken uit blik is al jaren mijn op-een-na lievelingscombinatie, na roggebrood met schuimspek.
Margareta wiegde op haar sandalen richting de kaasafdeling en boog voorover. Ze griste de kaas uit de doos en draaide zich weer om. Even dacht ik oogcontact te maken, maar ze bleek gefocust op de citroenen achter mij. Ze trok haar vlassige paardenstaart wat steviger aan en liep mijn kant op. Haar armbanden rinkelde, haar sandalen droegen haar naar de volgende bestemming.
“Nu ga ik citroenen pakken. Ja, even citroenen pakken. Citroenen, citroenen.”

Ik keek Margareta na en vond mijzelf in haar. Niet alleen omdat ik zag dat ze griesmeelpudding in haar mandje had, maar ook omdat het zeldzaam is een andere mompelaar tegen te komen. Ik benijde de overgave waarmee ze het deed.

Ik lachte.
Margareta lachte niet.
Margareta leek me niet eens te horen.
Ze leek op te gaan in haar eigen kleine boodschappenlijstjeswereldje.

Advertenties